De zaak Eric Melling
door Haks Walburgh Schmidt

 

In 2004 publiceerde Haks Walburgh Schmidt zijn boek 'Het Dertiende Peloton: levensverhalen rond zweefvliegtuig Horsa 166, Slag bij Arnhem 1944'. Het gaat over Britse mannen die tot de B Company van het 1st (Airborne) Battalion, The Border Regi­ment, behoorden.

 

Secuur maar nieuwsgierig maakte ik op 25 april 2003 de brief uit Engeland open. Norman Savage, Britse Slag-om-Arnhemveteraan, zou erin vertellen wat hij wist van het lot van zijn vriend Lance-Corporal Eric Melling, die tot op de dag van vandaag vermist wordt op de Westerbouwing te Oosterbeek. De keurig gevouwen schets van de strijd viel open op de plek waar een sterretje stond. "Daar sneuvelde Eric Melling. Hij was een goeie vriend van me. Ik zie het nog zo voor me," had ooggetuige Norman Savage er naast geschreven.

 

 

 

ILLUSTRATIE (schets 1)

Norman Savage schetste in 2002/2003 de situatie op de Westerbouwing op het moment (21 september 1944) dat Lance-Corporal Eric Melling door vijandelijk vuur geraakt wordt. (Collectie Walburgh Schmidt)

 

 

Zijn brief vormde na ruim 60 jaar de tweede onafhankelijke bron over deze vermissing. Want eerder had Corporal David Patterson, ook 13e Peloton, mij zijn herinneringen aan Melling gestuurd. Die kwamen opmerkelijk overeen met Savage's verhaal. Ik realiseerde me dat de twee brieven opriepen de zaak verder te verkennen. De speurtocht naar het lot van de inzittenden van Glider Pilot Morley Williams' Horsa 166 zou dus een tweede onderzoek moeten inhouden, nu naar een lang vermiste Britse militair. Wat zou het verhaal zijn achter deze vermissing, en hoe kan het dat dit vriendelijke gebied zijn geheim nog steeds niet prijsgegeven heeft? Zo ontstond wat langzamerhand de Zaak Melling genoemd kan worden.

 

We schrijven 21 september 1944, tegen het einde van de ochtend. Vanaf een uur of acht valt een Duitse overmacht de Britse stellingen op de Westerbouwing aan. Met vier Renault tanks, die de Duitsers in 1940 op de Fransen hadden buitgemaakt, willen zij de versterkte B Company van het Border Regiment van de heuvel verdrijven. Maar de airbornes slagen er in twee tanks uit te schakelen. Lance-Corporal Melling en Corporal David 'Jock' Patterson besluiten een derde tank aan te vallen. In Het Dertiende Peloton tekende ik hierover het volgende op:

 

Vanuit de dode hoek van het pantservoertuig kruipen zij erheen. Melling en Patterson zijn van plan het luik van de tankkoepel open te trekken en een handgranaat naar binnen te gooien. Zij zijn nog maar enkele meters van de middelste tank verwijderd als Melling door een kogel in zijn hoofd getroffen wordt. Hij zegt nog: "Pat, ik ben geraakt." Maar Patterson kan niets anders meer doen dan Mellings geweer vangen voor het valt. Melling is vrijwel direct dood. Patterson richt zich net weer op, als het kanon van de tank op een doel achter hem vuurt. De granaat vliegt op slechts enkele centimeters boven zijn hoofd voorbij. In een reflex duikt hij weg en maakt zich zo snel als hij kan uit de voeten. De tank rolt al schietend langzaam in de richting van het compagnieshoofdkwartier op de hoek van de Veerweg.

 

Norman Savage, die rechts van een dikke boom aan de zuidrand van de heuvel ligt, is ook getuige van het sneuvelen van Eric Melling. Savage had hem enkele minuten eerder links naast zich zien verschijnen. Daarna zag hij hoe vanuit het noorden een Duitser met een mitrailleur achter een van de bijgebouwen tevoorschijn kwam en zijn wapen op de plek bij de dikke boom richtte waar Patterson, Melling en hij lagen. De Duitser opende het vuur. Terwijl vlak voor Savage het zand van inslaande kogels opspatte, zag hij dat Eric Melling getroffen werd. De mitrailleurschutter dook snel terug achter het gebouwtje, maar Savage kon niet bij Melling komen door het onophoudelijke vuur van de overige Duitsers.

 

 

 

 

ILLUSTRATIE (schets 2)

Een schets gemaakt door Jock Patterson in 2002/2003 geeft weer waar zijn vriend Eric Melling zich bevond toen hij op 21 september 1944 sneuvelde. (Collectie Walburgh Schmidt)

 

 

Einde citaat. Vanaf dit moment is het onbekend wat er met Melling gebeurd is.

 

Maar wie was hij eigenlijk? Wat is er van zijn leven bewaard gebleven?

 

Lance-Corporal Eric Melling was 21 jaar en getrouwd toen hij sneuvelde. Hij was lid van het 13e Peloton van de B-Compagnie van het Border Bataljon dat de Westerbouwing tegen Duitse tegenaanvallen moest helpen verdedigen. Meer over hem ontdekte ik in een brief van een neef van hem in januari 2003. Die schreef:

 

Eric was in 1923 geboren op High Street nr. 5 in de wijk Swinley in Wigan. De lagere school deed hij op de St. Michael's Primary School in Swinley, en de middelbare school volgde hij aan de Gidlow Secondary School in Wigan. Hij was de op één na jongste zoon uit een gezin met acht kinderen, vijf jongens en drie meisjes. Op school bleek al snel dat Eric een uitmuntende atleet was. Er is zelfs nog een vage foto bewaard gebleven waarop hij bij een schoolsportdag aan het hoogspringen is. Zijn uitstekende sportieve talenten brachten hem niet alleen bij de airborne troepen, maar hij werd daar zelfs gevraagd om sportinstructeur te worden. Daar hij liever bij zijn maten wilde blijven, heeft hij voor het aanbod bedankt. Na zijn schooltijd heeft Eric gewerkt bij het transportbedrijf Winstanley uit de buurt van Wigan. Daar leerde hij ook Annie kennen, de dochter van de baas, met wie hij op 28 april 1943 tijdens een verlof getrouwd is.

 

 

 

ILLUSTRATIE (trouwfoto)

 

Eric Melling trouwde met zijn jeugdvriendin Annie Winstanley in de St. Thomas Church in Wigan op 28 april 1943. Op de foto staat hij derde van links, en zijn kersverse echtgenote zit midden voor.

Links van Eric staat een broer van hem, de anderen zijn helaas onbekend. Kennelijk betreft het drie huwelijken, of zijn de andere twee dames bruidsmeisjes? (Collectie Walburgh Schmidt)

 

 

Uit de verhalen die tijdens de research voor het boek Het Dertiende Peloton (No Return Flight is de Engelse vertaling) zijn verzameld, bleek dat Eric een gewaardeerde pelotonsgenoot was. Zijn rang gaf verder aan dat hij méér in huis had. Maar zoals hij waren er velen bij de airbornes. Hij zou niet meer dan een voetnoot in de geschiedenis van Horsa 166 gebleven zijn als de verhalen van twee van zijn maten over zijn sneuvelen niet waren opgedoken. Uit hun schetsen was tot in een straal van 10 tot 25 meter nauwkeurig de plek te bepalen waar Eric Melling op die tragische ochtend van 21 september 1944 was omgekomen. Een locatie die door zijn huidige bestemming van parkeerplaats voor het restaurant De Westerbouwing altijd uitermate toegankelijk is geweest. Zoeken naar zijn veldgraf zou dus niet al te gecompliceerd moeten zijn. Toch staat er achter Eric Mellings naam nog steeds dat hij vermist wordt. Na meer dan zestig jaar. Wat is er toch gebeurd met hem dat hij niet gevonden schijnt te kunnen worden?

 

Om daar een idee over te ontwikkelen, moeten we eerst terug gaan naar 21 september 1944. Na hevige gevechten verlieten de Britse airbornes van het Border Regiment rond de middag de Westerbouwing met achterlating van hun gewonden en gesneuvelden. De Duitse eenheden hebben zeer zware verliezen geleden, maar ze konden toch de heuvel in bezit nemen. Ze bereidden zich vermoedelijk gehaast voor op een verdediging van het zo belangrijke gebied. Tegelijkertijd ontfermden ze zich over de gewonden en gesneuvelden die verspreid over het terrein werden aangetroffen. Hun eigen slachtoffers voerden ze af. Dat geldt ook voor de Britse gewonden. De meesten van hen schijnen naar Apeldoorn te zijn gebracht. Britse gesneuvelden werden kennelijk waar ze voor de Duitse verdediging in de weg lagen, in bestaande schuttersputten gesleept. Daarnaast zijn er berichten dat na de Geallieerde terugtrekking over de Rijn, krijgsgevangenen van het Pioneer Platoon van het Border Bataljon (HQ Company) gedwongen werden om hun gesneuvelde kameraden in veldgraven bij de Veerweg te begraven. Dat zou dan op 26, 27 of 28 september 1944 gebeurd kunnen zijn.

 

Toen in 1945 en 1946 alle Britse en Poolse veldgraven van de Slag rond Arnhem geruimd werden, en het Airborne Kerkhof in Oosterbeek werd ingericht, kregen de meeste gesneuvelden hun definitieve rustplaats. Vaak kon hun naam op de grafsteen vermeld worden. Als echter nadere gegevens ontbraken of meerdere namen van toepassing konden zijn, staat op de zerk 'A soldier of the 1939-1945 war' en 'Known unto God'. De naam Eric Melling komt in de lijsten van geregistreerde graven niet voor. Dat zou kunnen betekenen dat hij als onbekende op het Oosterbeekse ereveld is begraven of dat zijn veldgraf nooit gelokaliseerd is. Tot het moment dat hij gevonden of geïdentificeerd wordt, blijft het speculeren en heeft iedereen gelijk, stellen deskundigen.

 

Als hij nog niet gevonden is, lijkt het aannemelijk dat zijn veldgraf in of bij de Westerbouwing gezocht zou moeten worden. Dan is het mogelijk dat bij de beschietingen in het najaar en in de winter van 1944/1945 die plek door een geallieerde artilleriegranaat is vernietigd. Of dat naoorlogse souvenirjagers de locatie verstoord hebben. In die gevallen zal Melling voor altijd vermist blijven.

Toch is het zinvol de gedachten eens te laten gaan over de mogelijkheid dat zijn veldgraf nog bestaat, maar tot op heden niet ontdekt is. Feitelijk zoeken met een metaaldetector is zonder een gemeentelijke vergunning verboden, en de politie houdt een oogje in het zeil. Voornamelijk vanwege het gevaar van niet-ontplofte munitie die nog in de bodem kan liggen.

Bij het snel begraven van de gesneuvelden kan Melling in een van de schuttersputten op de zuidhelling van de Westerbouwing gelegd zijn. Dat is de plek die het dichtst bij de plaats is waar hij door Duits mitrailleurvuur om het leven kwam. Die locatie is later overgroeid door kreupelhout, en daardoor moeilijk toegankelijk voor bodemonderzoek met detectoren. Het schijnt dat hier na de oorlog een aantal veldgraven heeft gelegen. Maar ook in het nabij gelegen weiland zou dat kunnen zijn. Dat was makkelijker graven. Er schijnt vroeger een inmiddels opgevulde slenk te zijn geweest, die in aanmerking zou komen.

De gemeente Renkum met wie nauw en goed contact onderhouden werd tijdens de research, raakte eveneens geïnteresseerd in het onderzoek. In maart 2003 vond een zoekactie met grondradar plaats op de parkeerplaats, nadat de gemeente een vergunning had verstrekt. Het bedrijf dat het onderzoek uitvoert (TA Survey), vindt weliswaar sterke signalen dat de grond daar ‘geroerd’ is, maar onvoldoende aanwijzingen dat er een veldgraf zou liggen. Lang niet alles is afgezocht, maar de mogelijkheid dat Melling daar nog zou kunnen liggen, blijft bestaan.

Toen de begroeiing op de Westerbouwing in april 2008 aan een snoeibeurt toe was, kon met de professionele hulp van twee ervaren speurders (David van Buggenum en Hans Timmerman) een aanvullende actie ondernomen worden.

 

Het werd een memorabele middag. Al vrij snel nadat we willekeurig een plek hadden uitgezocht in overleg met de man van de gemeentelijke groenvoorziening, stuitten we op een betonnen plaat, ter grootte van een eetkamertafel. Bouwafval. Een zwak signaal gaf aan dat er metaaldelen onder lagen, maar de speurders verwachtten er niet zoveel bijzonders van. Hulzen misschien, maar toch deed iets hen verder speuren. Tot een van hen iets vond dat op een kokosnoot leek. Toen we het zanderige voorwerp nader bestudeerden, leek het mogelijk om een menselijk schedelfragment te gaan. Het speurwerk werd direct stopgezet. De politie en de Bergings- en Identificatiedienst van de Koninklijke Landmacht werden gebeld. Het bureauspeurwerk en het veldonderzoek leken nu naadloos in elkaar te grijpen. Zou het werkelijk kunnen dat Lance-Corporal Eric Melling na 64 jaar gevonden was? Het wachten op de autoriteiten leek door deze onwezenlijke gedachte eindeloos. Een verkillende miezerregen versterkte het gevoel van een tijdreis nog eens extra. Na een uurtje arriveerden de mensen van de Bergings- en Identificatiedienst. Kalm en omzichtig groeven zij de stoffelijke resten verder uit. Ook de politie arriveerde, en volgde de werkzaamheden belangstellend in het besef dat het geen taak voor hen was. Toen kwam een identiteitsplaatje tevoorschijn met een even opmerkelijke als voor mijn onderzoek teleurstellende conclusie. Dit moest een Duitse militair geweest zijn. Geen twijfel mogelijk, bevestigden de deskundigen aan de hand van het metalen naamplaatje en enkele knopen die de persoon identificeerden als lid van de Kriegsmarine. Op grond daarvan spraken de mensen van de Bergings- en Identificatiedienst het sterke vermoeden uit dat het hier om een Duitse militair ging die tijdens de Slag om Arnhem gesneuveld zou kunnen zijn. Verrassend, want de Duitsers hadden het gebied in hun bezit, en konden hun doden  gewoon weghalen. Waarom deze man dan niet? Na een aantal maanden kwam het officiële bericht dat hun vermoedens juist waren, en dat het ging om de toen 31 jaar oude Oberbootsmannsmaat der Reserve Johann Peter Grabowski, van de 3. Kompanie 10.Schiffsstammabteilung.

 

Het speurwerk is na deze vondst stopgezet doordat de gemeente Renkum meer greep wilden krijgen op dit soort onderzoeken in het vrije veld. Vooral het risico van niet-ontplofte munitie woog voor hen zwaar. Daarom ligt het speuren naar Eric Melling voorlopig stil. Maar vergeten worden zal deze zaak voorlopig niet. Want de kans dat hij nog gevonden wordt, is niet veranderd, en het schurende gevoel dat hij toch eigenlijk niet vermist mag blijven, wordt door velen gedeeld.

 

Naschrift:

Annie Winstanley, Erics jonge weduwe, hertrouwde vier jaar later, in augustus 1948, met Thomas Brown, van beroep slager. In dezelfde kerk waar zij haar Eric huwde. Ze kregen in ieder geval één zoon. Zij overleed op 3 september 1986.